Uitgebreid motiveren leidt tot meer begrip vonnissen

IMG_0013Rechterlijke vonnissen worden beter begrepen sinds rechters deze uitgebreider en meer gestructureerd motiveren. Dit leidt tot een grotere acceptatie van de bewezenverklaring.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Radboud Universiteit in opdracht van de koepel van strafrechters, het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Strafmaat

Overigens blijkt uit het onderzoek dat meer begrip voor de bewezenverklaring niet samen gaat met meer acceptatie van de strafmaat.

Zie het onderzoeksrapport van de Radbouduniversiteit: onderzoek

Bron: http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Uitgebreid-motiveren-leidt-tot-meer-begrip-vonnissen-.aspx

Wetsvoorstel digitaal procederen; ook in cassatie

Parijs 21Digitaal procederen wordt ook mogelijk in hoger beroep en in cassatie bij de Hoge Raad, als de Tweede Kamer daarmee instemt.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft daartoe een wetsvoorstel ingediend.

Naar het wetsvoorstel: wetsvoorstel

De Rechtspraak werkt aan vernieuwing van gerechtelijke procedures, de minister zorgt voor de wetgeving die nodig is om de procedures te wijzigen.

In 2014 is een wetsvoorstel ingediend voor vereenvoudiging, digitalisering en vernieuwing van rechtszaken in eerste aanleg.

Hoger beroep en cassatie

Net als bij de rechtbanken wordt straks bij de gerechtshoven en de Hoge Raad digitaal geprocedeerd, beginnend met een document (de procesinleiding) waarin vorderingen en verzoeken zijn opgenomen.

Verder verandert er vooral veel in hoger beroep. Zowel procespartijen als het hof worden aan duidelijke termijnen gebonden zijn, wat de procedure overzichtelijker en voorspelbaarder maakt.

De raadsheer krijgt meer mogelijkheden om de regie te voeren, bijvoorbeeld tijdens de mondelinge behandeling, en maatwerk te leveren.

Bron:

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Tweede-Kamer-buigt-zich-over-digitaal-procederen-in-hoger-beroep.aspx

Illegal content

In deze zaak, waarin foto’s van een TV-personality, voorafgaand aan publicatie in het blad Playboy zijn uitgelekt en waar Geenstijl.nl naar heeft gelinkt, handelt het principaal cassatieberoep over de toepassing van het citaatrecht uit art. 15a Aw op een uitsnede van een foto, de verhouding tussen auteursrecht en communicatievrijheid en de afwijzing van GS Media’s beroep op art. 10 EVRM, de vraag of GS Media onrechtmatig heeft gehandeld door te (blijven) linken naar de uitgelekte reportage en haar berichtgeving daarover op Geenstijl.nl en over compensatie van proceskosten in feitelijke instanties.
Het incidenteel cassatieberoep gaat om de vraag of het hyperlinken naar foto’s in deze zaak een openbaarmaking is volgens de Auteursrechtrichtlijn en ook over compensatie van proceskosten in feitelijke instanties.

Bron: http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/AG-vragen-aan-Europees-hof-in-zaak-Sanoma-GeenStijl.aspx
Uitspraken: ECLI:NL:PHR:2015:7

Advocaat Generaal: Opleggen alcoholslot blokkeert latere strafvervolging

Advies AG: opleggen alcoholslot blokkeert latere strafvervolging

Als aan een automobilist wegens rijden onder invloed een alcoholslotmaatregel is opgelegd, kan hij daarna niet ook voor het rijden onder invloed voor de strafrechter worden vervolgd.

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad Alex Harteveld stelt dit in een advies. Hij schaart zich in zijn conclusie achter de beslissing van het gerechtshof Den Haag in een drietal zaken waarin een alcoholslot was opgelegd.

Het alcoholslot is een maatregel die in het bestuursrecht wordt opgelegd. Volgens de AG is deze maatregel vanwege de zwaarte ervan gelijk te stellen met een strafrechtelijke vervolging en dan geldt het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden vervolgd (“ne bis in idem”).

Als het advies van de advocaat-generaal door de Hoge Raad wordt gevolgd, dan is na oplegging van de verplichting deel te nemen aan het alcoholslotprogramma een latere strafvervolging voor hetzelfde feit uitgesloten.

Zie voor de volledige tekst van de conclusie 14/04940, ECLI:NL:PHR:2015:8

Zie voor de volledige tekst van de conlcusie 14/05401, ECLI:NL:PHR:2015:9

Zie voor de volledige tekst van de conclusie 14/05402, ECLI:NL:PHR:2015:10

PG: Strafbeschikkingen moeten beter

Rapport Procureur Generaal bij de Hoge Raad: strafbeschikkingen moeten beter

 

De wijze waarop het openbaar ministerie strafbeschikkingen uitvaardigt, schiet op een aantal punten tekort.

Dat concludeert procureur-generaal bij de Hoge Raad, J.W. Fokkens in een rapport dat aan de minister van Veiligheid en Justitie is aangeboden.

Het rapport bevat de resultaten van een onderzoek dat de procureur-generaal heeft laten instellen naar de vraag of de wettelijke regeling van de strafbeschikking in de praktijk voldoende wordt nageleefd.

Het openbaar ministerie mag alleen een strafbeschikking uitvaardigen als er voldoende bewijs is dat de verdachte schuldig is.

Het onderzoek levert geen aanwijzing op dat er in de zaken die door het openbaar ministerie op de normale wijze op het arrondissementsparket worden beoordeeld vaak zonder voldoende bewijs een strafbeschikking wordt opgelegd.

Dat is anders met betrekking tot de zaken die via het betrekkelijk nieuwe ZSM-traject (Zo Spoedig Mogelijk) worden afgedaan.

Hetzelfde geldt voor de zaken die centraal door de CVOM (Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie) worden afgehandeld.

In beide zaakstromen ligt het percentage zaken waarin het bewijs als onvoldoende is beoordeeld, in de onderzochte zaken op 8 %.

Dat resultaat vormt, aldus de procureur-generaal, een ernstig te nemen  indicatie dat de grondigheid en de zorgvuldigheid waarmee de schuldvaststelling moet plaatsvinden bij CVOM-zaken en ZSM-zaken in de praktijk te wensen over laat.

Lees verder:

http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/Rapport-PG-strafbeschikkingen-moeten-beter.aspx

Download het rapport:

http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/Rapport-PG-strafbeschikkingen-moeten-beter.aspx

IMG_0218

 

Raad voor de Rechtspraak over kosten rechtsbijstand

Raad voor de Rechtspraak: wetsvoorstel rechtsbijstand vraagt veel van burgers

Een wetsvoorstel dat de kosten van rechtsbijstand aanzienlijk moet verlagen, gaat te sterk uit van zelfredzaamheid van burgers. Mensen die nu nog recht hebben op gesubsidieerde bijstand van een advocaat, moeten volgens dit voorstel eerst proberen eruit te komen met alternatieve oplossingen, buiten de rechter om. In bepaalde familie- en strafrechtelijke kwesties vervalt het recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. Maar lang niet iedereen is in staat om voor zijn eigen belangen op te komen, stelt de Raad voor de rechtspraak in een advies (pdf, 109 KB) over het wetsvoorstel Stelselvernieuwing rechtsbijstand. De toegang tot de rechter moet worden gewaarborgd, vindt de Raad.

Wetsvoorstel

Het kabinet wil de gesubsidieerde rechtsbijstand, waarmee mensen met weinig geld toch hulp van een advocaat kunnen krijgen, hervormen en daarmee 85 miljoen euro bezuinigen. In het nieuwe stelsel krijgt het Juridisch Loket een centrale rol. Dat loket geeft rechtzoekenden dan niet alleen advies over hun juridische positie , maar bepaalt ook of het echt nodig is een advocaat in te schakelen en wijst zo mogelijk op andere vormen van conflictoplossing . De bedoeling is dat meer geschillen zonder rechter worden afgehandeld.

(Bron: www.rechtspraak.nl)

Lees verder op rechtspraak.nl:

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Wetsvoorstel-rechtsbijstand-vraagt-veel-van-burgers.aspx

Onrechtmatige daad. Bodemverontreiniging

DSC_0281Schade gemeente in hoedanigheid van grondeigenaar wegens kosten van onderzoek en sanering.

Art. 75 Wet bodembescherming laat onverlet dat overheidslichaam op de grondslag van onrechtmatige daad vergoeding van die schade kan vorderen.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:37

Huurprijs van roerende zaken behoort tot de boedelschuld; Prejudiciële procedure

De kantonrechter stelde in deze zaak  aan de Hoge Raad de volgende vraag.

In artikel 39 lid 1, laatste volzin, Fw is bepaald dat van de dag der faillietverklaring af de huurprijs boedelschuld is.

Geldt deze bepaling ook ten aanzien van de huur van roerende zaken?

De Hoge Raad beantwoordt die in het kader van de prejudiciele procedure als volgt.

De tekst van art. 39 lid 1 Fw spreekt van ‘huur’, zonder onderscheid te maken tussen huur van onroerende zaken en huur van roerende zaken. Dit wijst erop dat deze bepaling ook van toepassing is op de huur van roerende zaken. Dit volgt ook uit de hiervoor in 3.4.1 weergegeven ratio van de regeling van deze bepaling.

Deze doet immers evenzeer opgeld bij de huur van roerende zaken. Er is onvoldoende grond om, in afwijking van tekst en ratio van art. 39 lid 1 Fw, in dit verband onderscheid te maken tussen de huur van onroerende zaken en die van roerende zaken.

De vraag moet dus bevestigend worden beantwoord.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:42

“The Court of Justice is not a human rights court; it is the Supreme Court of the European Union.”

EU being a new creature of international law, certain amendments of the adherence rules had to be made to allow the EU’s accession to the ECHR. The treaties of the Union have been modified as well in order to include a provision that obliges the EU to accede to the ECHR as a legal basis for the act of accession. This article of the Treaty on the European Union contains also a limitation:

Such accession shall not affect the Union’s competences as defined in the Treaties”. In the Opinion 2/13 from 18 December 2014, the CJEU interprets the art 6(2) as expressing a guarantee that the accession shall not restrict tasks and powers assigned to the CJEU by the Treaties. The neuralgic point of concern appears to be the art. 344 TFEU that obliges the Member States to submit disputes on the interpretation and application of the Treaties exclusively to the CJEU.DSC_0560

Member States and their courts, including the constitutional courts deal constantly with the issue of accurate interpretation and correct application of EU law and the solution to the problem of coherent and effective application relies on the preliminary ruling mechanism supported by art. 267 TFEU.

 

Advocatuur bijgepraat over modernisering rechtspraak

Hoge Raad

Hoge Raad

De rechtspraak moderniseert in rap tempo en dit heeft gevolgen voor de advocatuur. Daarom organiseerden de Rechtspraak en de Nederlandse Orde van Advocaten de afgelopen twee maanden informatiebijeenkomsten voor advocaten. Door het hele land zijn hierdoor bijna 2.000 advocaten geïnformeerd over de veranderingen binnen hun vakgebied.