Cassatie Advocatuur

De cassatiebalie

In civiele cassatiezaken stelt de wet procesvertegenwoordiging door een advocaat bij de Hoge Raad verplicht.

De behandeling van cassatiezaken vergt immers specifieke deskundigheid.

Om die reden worden aan advocaten die civiele cassatieberoepen bij de Hoge Raad behandelen, aanvullende vakbekwaamheidseisen gesteld.

Voor een inschrijving als advocaat bij de Hoge Raad moet de advocaat aantonen te hebben voldaan aan – op de civiele cassatie gerichte – opleidingseisen en moet de advocaat met goed gevolg een mondeling examen hebben afgelegd.

Daarnaast worden de cassatievaardigheden getoetst. Daartoe moet de advocaat een proeve van bekwaamheid afleggen.

Om als advocaat bij de Hoge Raad ingeschreven te kunnen blijven, moeten cassatieadvocaten een minimum aantal zaken hebben behandeld, de zogenaamde vliegureneis.

Voor het toezicht op cassatieadvocaten, is in de Raad van Toezicht van de Haagse Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden een aparte portefeuillehouder aangewezen.

De procedures in feitelijke instanties

Meestal is het mogelijk om van een uitspraak van de kantonrechter of van een andere civiele rechter van de rechtbank in hoger beroep te komen.

Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep kan een zaak geheel opnieuw inhoudelijk aan de rechter in hoger beroep worden voorgelegd.

Hoger beroep behelst daarbij een volledig nieuwe toetsing, waarbij nieuwe stellingen en verweren kunnen worden aangevoerd. Daarnaast kunnen in hoger beroep fouten worden hersteld.

De cassatieprocedure

Belangrijk is dat de cassatieprocedure bij Hoge Raad geen volledige derde instantie is.

Aan het systeem van de cassatiecontrole is inherent dat de toetsingsmogelijkheden beperkt zijn.

Kort gezegd, komt het erop neer dat de de Hoge Raad slechts mag toetsen of de appèlrechter de geldende rechtsregels juist heeft toegepast en of diens eindbeslissingen, gelet op wat de partijen hebben aangevoerd, begrijpelijk zijn. Daarbij staat cassatieberoep niet open indien bezwaren kunnen worden hersteld door de feitenrechter.

Vanwege die beperkte toetsing, is het raadzaam dat eerst cassatieadvies wordt ingewonnen. Daarmee kunnen de cliënt onnodige proceskosten en teleurstellingen worden bespaard.

Bij de advisering moet niet slechts antwoord worden gegeven op de vraag of een cassatieberoep sec enige kans van slagen heeft. Ook moeten -indien van toepassing- de gevolgen van een vernietiging door de Hoge Raad en de procedure na verwijzing worden bezien.

Indien een vernietiging van de uitspraak bij een verwijzingshof uiteindelijk op hetzelfde zal uitlopen, zal de cliënt doorgaans geen belang bij cassatie hebben en een cassatieberoep om die reden niet ontvankelijk zijn. Een dergelijke inschatting, leidt dan tot een negatief cassatieadvies.

Cassatieadvies en instellen van cassatieberoep

Aan een negatief cassatieadvies, koppelen de meeste cassatieadvocaten en ook wij steevast het gevolg dat geen cassatieberoep wordt ingesteld. In die gevallen kunnen wij -op verzoek van de client- wel doorverwijzen naar een deskundige collega voor een second opinion.

In het geval van een positief cassatieadvies, zal de cliënt een nadere opdracht tot het instellen van cassatieberoep en het voeren van de cassatieprocedure moeten geven.

De advisering over – en de inleiding van een cassatieprocedure nemen doorgaans de nodige tijd in beslag.

Daarom is het raadzaam om ruim op tijd een cassatieadvocaat in te schakelen.

Hoger beroep met het oog op cassatie

In de meeste gevallen kunnen in cassatie geen nieuwe feiten worden aangevoerd.

Daarom is het belangrijk om al in het hoger beroep te anticiperen op cassatie.

Daarbij kan het raadzaam zijn om bij het opstellen van de zgn grieven een cassatieadvocaat te betrekken.