Beelden als bewijs in de civiele procedure

In een mooie conclusie behandelt AG De Bock de vraag welke regels zich lenen voor toepassing bij een verzoek van een partij om camerabeelden of andere beeldopnames te bekijken, of geluidsopnames af te luisteren. Daartoe zou aansluiting kunnen worden gezocht bij de regels voor het schriftelijk bewijs. Net als voor schriftelijk bewijs geldt dan de regel dat een partij die zich op beeldopnames (of geluidsopnames) wil beroepen, deze, net als schriftelijk bewijs, uit eigen beweging in het geding moet brengen door het overleggen van een kopie van de opnames of deze ter griffie te deponeren.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad kan verder worden afgeleid dat bij het in het geding brengen van beeld- of geluidsopnamen, net als bij schriftelijk bewijs, ook de wegwijsplicht geldt. Deze wegwijsplicht is vaste rechtspraak van de Hoge Raad en houdt in dat een partij die bewijsstukken overlegt duidelijk moet aangeven welk stuk ter onderbouwing van welke stelling wordt ingebracht en, zeker als het gaat om omvangrijke stukken, welk deel van het stuk precies relevant is. De Hoge Raad verwoordde het in 2017 aldus dat de eisen van een behoorlijke rechtspleging meebrengen dat een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze dient te doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich dient te verweren

Als we dit doortrekken naar beeld- of geluidsmateriaal, betekent dat enerzijds dat de rechter niet zonder meer gehouden is om beelden te bekijken of geluidsmateriaal af te luisteren. Met name hoeft dat niet als duidelijk is dat het materiaal niet kan bijdragen aan de beslissing. Anderzijds moet echter worden aangenomen dat bij twijfel over het belang van het beeld- of geluidsmateriaal, de rechter een partij eerst om verduidelijking moet vragen, alvorens te beslissen of het materiaal wel of niet moet worden bekeken of afgeluisterd.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2021:784&showbutton=true

ECtHR: system of compensatory remedies under former Slovenian banking law is incompatible with the right of property

The European Court of Human Rights (ECtHR) has given its Chamber judgment in Pintar and Others v. Slovenia (applications no. 49969/14, 20530/16, 4713/17, 13244/18, and 16311/18), ruling that the extraordinary measures taken by the Bank of Slovenia in 2013-14 in respect of several major Slovenian banks, resulting in the cancellation of all shares or subordinated bonds held by the applicants, breached the right to property under Article 1 of Protocol No. 1 to the European Convention on Human Rights (ECHR). Vide the judgmenthttps://hudoc.echr.coe.int/eng#{%22itemid%22:[%22001-211787%22]}

AG Kokott: publication of a ‘market rumour’ by a journalist can be considered an unlawful disclosure of ‘inside information’ under certain circumstances

In her Opinion AG Kokott advised that the Court of Justice rule that Article 1(1) of the Market Abuse Directive, read in conjunction with the second alternative in Article 1(1) of the Market Manipulation Directive, means that information from the author of a press article about the forthcoming publication of that article, the subject matter of which is a market rumour about a company takeover, can be considered as ‘inside information’ if the subject matter of the article in its published form is sufficiently specific to draw the conclusion that there might be an effect on the prices of one or more financial instruments. Vide the opinion of advocate general Kokott:

https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=7F6D0C7B674AC2967B9497CAFE29845D?text=&docid=246103&pageIndex=0&doclang=EN&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=910172

Two Irish banks sanctioned by the European Central Bank for miscalculating their capital needs

The European Central Bank (ECB) has sanctioned Allied Irish Banks plc and its subsidiary EBS dac with penalties of 420,000 euros and 195,000 euros respectively, for miscalculating their risk-weighted assets, which affected intragroup equity exposures.

The ECB issued two decisions declaring that both Irish banks during the period between 2014 and 2016 have been reporting lower risk-weighted assets for intragroup equity exposures than they should have, consequently underestimating the risks a bank has on its books and improperly calculating their capital needs. As such, the banks reported a higher Common Equity Tier 1 (CET1) ratio, measuring bank’s financial strength and its ability to absorb unexpected losses, than they should have. 

Taking into account all the circumstances of the misconduct and in particular its impact, together with the fact that both banks showed cooperation with the ECB and took remedial actions on their own initiative, the ECB considered the breaches to be moderately severe and imposed two fines totaling 615,000 euros. The method the ECB uses to set the penalties can be found in its Guide.

Both decisions of the ECB can be disputed in proceedings before the Court of Justice. Vide the press release of the ECB:https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/pr/date/2021/html/ssm.pr210910~93ad47142b.en.html

Wvggz zaak: niet ondertekende medische verklaring

De Hoge Raad verwijst naar zijn beschikking van 16 juli 2021. Daarin  heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een medische verklaring die is opgesteld ten behoeve van het verzoek tot verlening van een machtiging in het kader van de Wvggz, moet worden ondertekend door de onafhankelijke psychiater die de verklaring heeft opgesteld.

In deze zaak staat vast dat de medische verklaring niet is ondertekend. Gelet hierop mocht de rechtbank niet op basis van deze medische verklaring een zorgmachtiging verlenen.

Zie de uitspraken van de Hoge Raad:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1143https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1272&showbutton=true

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen in erfzaak

De Hoge Raad heeft in een erfzaak prejudiciële vragen van de kantonrechter te Alkmaar beantwoord.

Bij de beantwoording van de prejudiciële vragen stelt de Hoge Raad voorop dat tot de schulden van de nalatenschap ook moet worden gerekend de na het openvallen van de nalatenschap over die schulden lopende rente. Deze regel wordt gerechtvaardigd door de figuur van de beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap, nu aldus wordt bereikt dat een beneficiaire erfgenaam deze rente niet ten laste van zijn overig vermogen behoeft te voldoen, behoudens in de gevallen genoemd in art. 4:184 lid 2 BW

Op de uitdelingslijst behoeven vorderingen ter zake van na het openvallen van de nalatenschap lopende rente, evenals geldt voor andere vorderingen, slechts batig gerangschikt te worden opgenomen voor zover zij kunnen worden voldaan uit het na de vereffening resterende, uit de rekening en verantwoording blijkende, saldo van de nalatenschap. Deze rentevorderingen komen in aanmerking voor opneming op de uitdelingslijst, maar pas na de als boedelkosten aan te merken vereffeningskosten. Tot deze vereffeningskosten behoort het loon dat op de voet van art. 4:206 lid 3 BW vóór het opmaken van de uitdelingslijst door de kantonrechter wordt vastgesteld.

Zie de uitspraak van de Hoge Raad:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1272&showbutton=true

Bijstand door toegevoegde advocaat in Wvggz zaak

Betrokkene had aan de hem toegevoegde advocaat bij herhaling meegedeeld niet door hem te willen worden bijgestaan en dat hij een andere advocaat wenst als sprake is van ‘een serieuze zaak’, te weten een zaak die met een dagvaarding aanvangt. De rechtbank had niet aan deze mededelingen voorbijgaan mogen gaan met de overweging dat er geen juridische grondslag is voor de voorwaarde van een dagvaarding. In aanmerking genomen dat een persoon ten aanzien van wie een zorgmachtiging wordt verzocht niet steeds in staat zal zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen, had de rechtbank zelf betrokkene ervan in kennis moeten stellen dat een procedure als deze niet met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift aanvangt, en moeten onderzoeken of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste. Vervolgens had de rechtbank in haar beschikking van het resultaat van dit onderzoek moeten doen blijken. Het betreffende middelonderdeel slaagt.

Zie de uitspraak van de Hoge Raad:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1273&showbutton=true

Tribunal d’arrondissement Luxembourg requests for a preliminary ruling regarding general access to information on beneficial owners

A request for a preliminary ruling by the District Court of Luxembourg (Tribunal d’arrondissement), in G-Finance SARL, DV v. Luxembourg Business Registers  (C-317/21), has  been published. The referring court questions the validity of the provisions contained in Anti-Money Laundering and Terrorist Financing Directive 2015/849. According to this directive, member states should arrange that information on beneficial owners of corporate and legal entities is accessible to the general public. The Tribunal d’arrondissement questions whether the relevant provisions in the Anti-Money laundering Directive are invalid because they might:

(a) infringe the principle of proportionality, as set out, in particular, in Article 5(4) TEU; and/or
(b) infringe Article 16 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union (freedom to conduct a business);
and/or
(c) infringe Articles 20 (equality before the law) and 21 (non-discrimination) of the Charter of Fundamental Rights of the European Union; and/or
(d) infringe the general principle of European law of protection of business secrecy

Vide the request for a preliminary ruling by the Tribunal d’arrondissement (Luxembourg)

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A62021CN0317

Euro Interest Rate Derivatives cartel: European Commission corrects insufficient reasoning in decisions and imposes fines.

The European Commission adopted two decisions regarding the Euro Interest Rate Derivatives cartel, by which several European banks allegedly manipulated interest rates, such as the Euribor, for derivative products, which the Commission deemed contrary to Article 101 TFEU.

The Commission initiated an investigation in 2008 following a request for a fine exemption by a bank. Several other banks involved in the cartel also decided to cooperate under the leniency rules. Other banks under investigation refused to settle.

By its first decision, the Commission has now imposed total fines of nearly €32 million. The Commission originally imposed fines, but the General Court partially annulled its decision in 2019 for insufficient reasoning regarding to the calculation methodology, while acknowledging the bank’s participation in the cartel.

By its second decision, the commission amended its 2016 decision imposing fines in order to correct its insufficient reasoning concerning the fine methodology as understood by the General Court.

Vide

https://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=1_39914

Open dag Hoge Raad

De jaarlijkse open dag van de Hoge Raad vindt dit jaar plaats op zaterdag 18 september 2021.

Het programma van de open dag bestaat onder meer uit lezingen van en gesprekken met president Dineke de Groot en procureur-generaal Edwin Bleichrodt (in functie per 1 september 2021). Hierop aansluitend vindt een ontmoeting plaats met respectievelijk een raadsheer in en een advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

Zie de website van de Hoge Raad:

https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2021/juni/online-open-dag-hoge-raad-zaterdag-18-september-2021/