ESMA issues positive opinions on national product intervention measures

The European Securities and Markets Authority (ESMA) has today issued eight positive opinions on product intervention measures taken by the National Competent Authorities (NCAs) of Germany, Spain, Bulgaria, Denmark, Latvia and Greece. ESMA’s opinion finds that the proposed measures are justified and proportionate and that it is necessary for NCAs of other Member States to take product intervention measures that are at least as stringent as ESMA’s measures. 

Vide:https://www.esma.europa.eu/sites/default/files/library/esma-35-43-1935-esma_opinion_under_article_432_mifir_es_cfd.pdf

Polen: daadwerkelijke rechtsbescherming

De grote kamer van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gisteren geoordeeld dat (i) de maatregel waarbij de pensioenleeftijd van de rechters van de Sąd Najwyższy (de hoogste rechter in Polen voor burgerlijke- en strafzaken) werd verlaagd, toe te passen op de zittende rechters die vóór 3 april 2018 bij deze rechterlijke instantie zijn benoemd; en (ii) de Poolse president de discretionaire bevoegdheid te verlenen om de ambtstermijn van de rechters van de Sąd Najwyższy na de nieuwe pensioenleeftijd te verlengen, de Republiek Polen de verplichtingen niet is nagekomen die krachtens artikel 19, lid 1, tweede alinea, VEU (waarborgen daadwerkelijke rechtsbescherming) op haar rusten.

Zie de uitspraak:

http://curia.europa.eu/juris/celex.jsf?celex=62018CJ0619&lang1=nl&type=TXT&ancre=

Protection juridique effective

La Grande Chambre de la Cour de Justice de l’Union européenne a statué hier que (i) la mesure réduisant l’âge de la retraite des juges du Sąd Najwyższy (la plus haute juridiction de Pologne en matière civile et pénale) devrait être appliquée aux juges en exercice nommés avant le 3 avril 2018 à cette juridiction; et (ii) de conférer au président de la République de Pologne le pouvoir discrétionnaire de prolonger le mandat des juges du Sąd Najwyższy au-delà du nouvel âge de la retraite, la République de Pologne a manqué aux obligations qui lui incombent en vertu de l’article 19, paragraphe 1, deuxième alinéa, du traité UE (assurer une protection juridique effective).

Key financial information in the summary of a prospectus

The key financial information in the summary of a prospectus should present the key financial figures that provide investors with a succinct overview of the issuer’s assets, liabilities and profitability, as well as any other key financial information that is relevant for investors to make a preliminary assessment of the financial performance and financial position of the issuer. In order to ensure that this information is concise and relevant, it is therefore necessary to identify a limited number of disclosures, specify their layout and calibrate the financial information to take account of different types of issuers and securities.

To this end the European Commission published its Delegated Regulation (EU) 2019/979of 14 March 2019

This Regulation supplements Regulation (EU) 2017/1129 of the European Parliament and of the Council with regard to regulatory technical standards on key financial information in the summary of a prospectus, the publication and classification of prospectuses, advertisements for securities, supplements to a prospectus, and the notification portal, and repealing Commission Delegated Regulation (EU) No 382/2014 and Commission Delegated Regulation (EU) 2016/301

Vide the Regulation:

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2019.166.01.0001.01.ENG&toc=OJ:L:2019:166:TOC

Supreme Court seeks answers from the european Court of Justice in BP case

On 20 April 2010, an explosion occurred on the oil drilling platform Deepwater Horizon, leased by BP and located in the Gulf of Mexico, resulting in deaths and injuries. Damage was also caused to the environment.

In 2015, VEB summoned BP to appear before the District Court of Amsterdam and instituted a collective action pursuant to Section 305a of Book 3 of the Dutch Civil Code on behalf of all persons who, in the period from 16 January 2007 to 25 June 2010, purchased, held or sold ordinary shares in BP through an investment account in the Netherlands or through an investment account of a bank and/or investment firm established in the Netherlands. VEB believes that BP informed shareholders with a Dutch investment account incorrectly, incompletely or misleadingly about the oil spill.

In the lower courts and in cassation, the key question is about the international jurisdiction of the Dutch courts (Article 7, introductory sentence and point 2, Regulation Brussels I-bis (no. 1215/2012)).

The district court and the court of appeal have declared themselves incompetent. Does damage to an investment account offer sufficient starting points to qualify the Netherlands as the place where the damage occurred?

Special or additional circumstances for jurisdiction of Dutch courts. Meaning of the circumstance that there is collective action on the basis of Article 3:305a of the Civil Code.

The Supreme Court has handed down an interlocutory judgment in which it intends to put preliminary questions to the Court of Justice of the European Union.

Vide the Supreme Courts’ decision:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:925&showbutton=true

Hoge Raad wil prejudiciële vragen stellen in BP zaak

Op 20 april 2010 heeft zich op het door BP geleaste olieboorplatform Deepwater Horizon, gelegen in de Golf van Mexico, een explosie voorgedaan met doden en gewonden tot gevolg. Tevens is schade aan het milieu ontstaan.

VEB heeft BP in 2015 gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en op de voet van art. 3:305a BW een collectieve actie ingesteld ten behoeve van alle personen die in de periode van 16 januari 2007 tot en met 25 juni 2010 gewone aandelen BP hebben gekocht, aangehouden of verkocht via een beleggingsrekening in Nederland of via een beleggingsrekening van een in Nederland gevestigde bank en/of beleggingsonderneming. VEB meent dat BP aandeelhouders met een Nederlandse beleggingsrekening onjuist, onvolledig of misleidend heeft geïnformeerd over de olieramp.

In feitelijke instanties en in cassatie gaat het over de  internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter(art. 7, aanhef en punt 2, Verordening Brussel I-bis (nr. 1215/2012).

Rechtbank en hof hebben zich onbevoegd verklaard. Biedt schade op beleggingsrekening voldoende aanknopingspunten om Nederland als ‘Erfolgsort’ te kwalificeren? Bijzondere of bijkomende omstandigheden voor bevoegdheid Nederlandse rechter. Betekenis van de omstandigheid dat sprake is van collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW. De Hoge Raad wijst een tussenarrest en uit daarin het voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU.

Zie de uitspraak:

httpshttps://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:925&showbutton=true://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:925&showbutton=true

Les Journées Internationales de l’association Henri Capitant 2019 à Bordeaux et Paris

Cette semaine les membres de l’association des juristes de Langue Française, Henri Capitant, étaient invités en France au Conseil d’Etat, à la Cour Constitutionnelle, à la Cour d’Appel de Paris et à la Sorbonne. Ce fut une semaine instructive et amusante au cours de laquelle le thème de la solidarité dans le droit de l’indemnisation civile et la fiscalité ont été au centre des discussions à Paris. Je tiens également à remercier les collègues de l’Ordre des Avocats au Conseil d’État et à la Cour de Cassation pour leur accueil chaleureux. Chers collègues francophones, merci beaucoup pour votre compagnie et le temps consacré à la formation. A l’année prochaine!

EBA operational in Paris

As of 3 June 2019, the European Banking Authority  (EBA) will be fully operational in Paris. The EBA can be reached at:

20, Avenue André Prothin

La Défense, Paris France

+33 (1) 86.52.70.00

The offices in One Canada Square, Canary Wharf London will be permanently closed.

https://eba.europa.eu

ESMA clarifies format for disclosure of risk factors in prospectuses

The European Securities and Markets Authority (ESMA) has published its final guidelines on how national competent authorities (NCAs) should review risk factors, as required by the new Prospectus Regulation (PR). 

The guidelines aim to encourage more appropriate, focused and streamlined risk factor disclosures for securities, which is presented in an easy to analyse, concise and comprehensible form.  

The purpose of including risk factors in a prospectus is to ensure that investors can assess the risks related to their investment, therefore allowing them to make informed investment decisions. Risk factors generally include information concerning:

  • the issuer’s financial situation;
  • the nature of the security or its underlying;
  • the issuer’s business activities and industry;
  • legal and regulatory risk;
  • internal control risk; and
  • environmental, social and governance risks.

The guidelines on risk factors will assist NCAs in their review of risk factor disclosure.

Vide the ESMA guidelines: https://www.esma.europa.eu/press-news/esma-news/esma-clarifies-format-disclosure-risk-factors-in-prospectuses

Prejudiciële vragen over Renteswaps. HR neemt het verzoek van de rechtbank Amsterdam voor het beantwoorden van prejudiciële vragen over renteswaps niet in behandeling.

Zulks naar aanleiding van de conclusie van de AG Wissink en een schikking tussen partijen.  In zijn conclusie behandelt hij de vereisten die kunnen worden gesteld aan de in art. 6:228 BW bedoelde mededelingsplicht van de bank.

Deze is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar omvat niet een (mogelijk uit de zorgplicht van de bank voortvloeiende) waarschuwingsplicht. Verder wordt besproken dat, hoewel nadeel geen vereiste is voor een beroep op dwaling, een dergelijk beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn indien elk nadeel als gevolg van de dwaling ontbreekt.

Tot slot bespreekt de AG dat geen beroep op dwaling kan worden gegrond op een omstandigheid die voor de dwalende irrelevant was.

De voorgestelde antwoorden op de door de Rechtbank Amsterdam aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen staan in de nrs. 9.3, 10.44, 10.45 en 11.13 van deze conclusie.

Zie de Conclusie AG:https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:PHR:2019:332&showbutton=true