A-G in Simiramida vs Diageo Brands: loutere onjuiste opvatting EU recht geen reden voor weigering erkenning buitenlands vonnis

IMG_0279A-G: loutere onjuiste opvatting EU recht geen reden voor weigering erkenning buitenlands vonnis

Conclusie AG M. Szpunar in de zaak tussen Diageo Brands BV tegen Simiramida over de erkenning van een buitenlands vonnis dat in strijd is met het Unierecht

Procesrecht. IPR.

Conclusie A-G naar aanleiding van de prejudiciële vragen die de Hoge Raad heeft gesteld in:

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2013:2062

De Hoge Raad vraagt zich onder meer af of de openbare orde exceptie van art. 34 sub 1 EEX-Vo kan worden ingeroepen om de erkenning van een buitenlands vonnis dat evident in strijd is met het Unierecht te weigeren. A-G Szpunar geeft het HvJEU in overweging de vragen als volgt te beantwoorden:

„1)      Artikel 34, punt 1, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet in die zin worden uitgelegd dat het feit dat een beslissing die in de staat van herkomst is gegeven strijdig is met het recht van de Europese Unie, niet rechtvaardigt dat deze beslissing in de aangezochte staat niet wordt erkend op grond dat zij strijdig is met de openbare orde van deze staat. Een loutere onjuiste opvatting van het nationale recht of van het Unierecht zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding kan, aangezien zij geen kennelijke schending oplevert van een rechtsregel van essentieel belang in de rechtsorde van de aangezochte staat, namelijk geen grond vormen voor een weigering om de beslissing te erkennen op basis van artikel 34, punt 1, van verordening nr. 44/2001. De rechter van de aangezochte staat moet wanneer hij nagaat of sprake is van een eventuele kennelijke schending van de openbare orde ten gevolge van de schending van fundamentele regels van het recht van de Unie, rekening houden met het feit dat degene die zich tegen de erkenning van de beslissing in de aangezochte staat verzet, niet de in de staat van herkomst beschikbare rechtsmiddelen heeft aangewend.

2)      De gerechtskosten die verband houden met de procedure die in een lidstaat is ingesteld en betrekking heeft op een schadevordering op grond van schade die door beslag is veroorzaakt, waarin de vraag is gerezen naar de erkenning van een beslissing die is gewezen in een andere lidstaat in een geding tot handhaving van een intellectuele-eigendomsrecht, vallen onder artikel 14 van richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.”

Ga naar de conclusie AG:

http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=162659&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=138784

 

Simiramida wordt in cassatie bijgestaan door Marcus Wagemakers

Investigative journalists using hidden cameras

IMG_0037Affaire Haldiman et Autres c. Suisse, 24 février 2015, requite no. 21830/09

 

The convictions of four journalists who secretly filmed an insurance broker for a weekly consumer protection television series were a breach of their rights to freedom of expression, the European Court of Human Rights (pictured, Shutterstock) held recently.

The case was the first in which the court had dealt with the use by journalists of hidden cameras to provide public information on a subject of general interest, when the person filmed was targeted not in any personal capacity but as a representative of a particular professional category.

The Second Chamber of the Strasbourg Court said the interference in the private life of the broker, who had turned down an opportunity to express his views on the interview in question, was not serious enough to override the public interest in information on malpractice in the field of insurance brokerage.

 

The decision is only available in French. Vide: http://hudoc.echr.coe.int/sites/eng-press/pages/search.aspx?i=003-5022560-6168338

Misleiding: Informatie Staatsloterij

DSC_0251De consument wist niet dat de Staatsloterij prijzen trok uit een pot waarin ook onverkochte loten zaten. De winstkansen waren dus kleiner dan de consument dacht.

Daarom is sprake van misleiding.

Dat andere loterijen het ook zo deden, zoals de Staatsloterij aanvoert, verandert dat niet, zo oordeelt de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwerpt dan ook het cassatieberoep dat de Staatsloterij instelde tegen de eerdere uitspraak van het hof.

Bron: www.rechtsspraak.nl

Naar de uitspraak: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:178

Schadevergoeding aan politie agenten onbelast

IMG_0218Krachtens rechtspositionele regeling Politieregio krijgt een agent het recht om een door de rechter toegekende vergoeding wegens beroepsmatig geleden immateriële schade tegen betaling van het nominale bedrag te cederen aan zijn werkgever.

Daarin gelegen voordeel is onbelast omdat het naar maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel wordt ervaren.

In de Nederlandse samenleving wordt geweld tegen politieagenten en andere hulpverleners in het algemeen als onaanvaardbaar beoordeeld. De rechters die schadevergoeding toekennen, doen dit met kennis van deze maatschappelijke opvattingen. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de betreffende rechterlijke oordelen in het algemeen niet op een breed draagvlak in de samenleving rusten. De regeling in het Besluit algemene rechtspositie politie bewerkstelligt dat agenten het door de rechter als schadevergoeding redelijk geachte bedrag ontvangen; zij worden aldus beoordeeld niet ‘beter’ van de regeling. De omstandigheid dat andere personen dan de werknemers van belanghebbende de hun toegekende schadevergoeding in feite niet of niet volledig kunnen innen, brengt met zich dat voor de politieagenten die deze wel tot het nominale bedrag ontvangen, sprake is van een voordeel, maar niet dat de aard van het genoten bedrag wijzigt van schadevergoeding in beloningsvoordeel.

Ga naar de uitspraak van de  Hoge Raad:http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:141

Uitgebreid motiveren leidt tot meer begrip vonnissen

IMG_0013Rechterlijke vonnissen worden beter begrepen sinds rechters deze uitgebreider en meer gestructureerd motiveren. Dit leidt tot een grotere acceptatie van de bewezenverklaring.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Radboud Universiteit in opdracht van de koepel van strafrechters, het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Strafmaat

Overigens blijkt uit het onderzoek dat meer begrip voor de bewezenverklaring niet samen gaat met meer acceptatie van de strafmaat.

Zie het onderzoeksrapport van de Radbouduniversiteit: onderzoek

Bron: http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Uitgebreid-motiveren-leidt-tot-meer-begrip-vonnissen-.aspx

Wetsvoorstel digitaal procederen; ook in cassatie

Parijs 21Digitaal procederen wordt ook mogelijk in hoger beroep en in cassatie bij de Hoge Raad, als de Tweede Kamer daarmee instemt.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft daartoe een wetsvoorstel ingediend.

Naar het wetsvoorstel: wetsvoorstel

De Rechtspraak werkt aan vernieuwing van gerechtelijke procedures, de minister zorgt voor de wetgeving die nodig is om de procedures te wijzigen.

In 2014 is een wetsvoorstel ingediend voor vereenvoudiging, digitalisering en vernieuwing van rechtszaken in eerste aanleg.

Hoger beroep en cassatie

Net als bij de rechtbanken wordt straks bij de gerechtshoven en de Hoge Raad digitaal geprocedeerd, beginnend met een document (de procesinleiding) waarin vorderingen en verzoeken zijn opgenomen.

Verder verandert er vooral veel in hoger beroep. Zowel procespartijen als het hof worden aan duidelijke termijnen gebonden zijn, wat de procedure overzichtelijker en voorspelbaarder maakt.

De raadsheer krijgt meer mogelijkheden om de regie te voeren, bijvoorbeeld tijdens de mondelinge behandeling, en maatwerk te leveren.

Bron:

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Tweede-Kamer-buigt-zich-over-digitaal-procederen-in-hoger-beroep.aspx

Illegal content

In deze zaak, waarin foto’s van een TV-personality, voorafgaand aan publicatie in het blad Playboy zijn uitgelekt en waar Geenstijl.nl naar heeft gelinkt, handelt het principaal cassatieberoep over de toepassing van het citaatrecht uit art. 15a Aw op een uitsnede van een foto, de verhouding tussen auteursrecht en communicatievrijheid en de afwijzing van GS Media’s beroep op art. 10 EVRM, de vraag of GS Media onrechtmatig heeft gehandeld door te (blijven) linken naar de uitgelekte reportage en haar berichtgeving daarover op Geenstijl.nl en over compensatie van proceskosten in feitelijke instanties.
Het incidenteel cassatieberoep gaat om de vraag of het hyperlinken naar foto’s in deze zaak een openbaarmaking is volgens de Auteursrechtrichtlijn en ook over compensatie van proceskosten in feitelijke instanties.

Bron: http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/AG-vragen-aan-Europees-hof-in-zaak-Sanoma-GeenStijl.aspx
Uitspraken: ECLI:NL:PHR:2015:7

Advocaat Generaal: Opleggen alcoholslot blokkeert latere strafvervolging

Advies AG: opleggen alcoholslot blokkeert latere strafvervolging

Als aan een automobilist wegens rijden onder invloed een alcoholslotmaatregel is opgelegd, kan hij daarna niet ook voor het rijden onder invloed voor de strafrechter worden vervolgd.

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad Alex Harteveld stelt dit in een advies. Hij schaart zich in zijn conclusie achter de beslissing van het gerechtshof Den Haag in een drietal zaken waarin een alcoholslot was opgelegd.

Het alcoholslot is een maatregel die in het bestuursrecht wordt opgelegd. Volgens de AG is deze maatregel vanwege de zwaarte ervan gelijk te stellen met een strafrechtelijke vervolging en dan geldt het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden vervolgd (“ne bis in idem”).

Als het advies van de advocaat-generaal door de Hoge Raad wordt gevolgd, dan is na oplegging van de verplichting deel te nemen aan het alcoholslotprogramma een latere strafvervolging voor hetzelfde feit uitgesloten.

Zie voor de volledige tekst van de conclusie 14/04940, ECLI:NL:PHR:2015:8

Zie voor de volledige tekst van de conlcusie 14/05401, ECLI:NL:PHR:2015:9

Zie voor de volledige tekst van de conclusie 14/05402, ECLI:NL:PHR:2015:10

PG: Strafbeschikkingen moeten beter

Rapport Procureur Generaal bij de Hoge Raad: strafbeschikkingen moeten beter

 

De wijze waarop het openbaar ministerie strafbeschikkingen uitvaardigt, schiet op een aantal punten tekort.

Dat concludeert procureur-generaal bij de Hoge Raad, J.W. Fokkens in een rapport dat aan de minister van Veiligheid en Justitie is aangeboden.

Het rapport bevat de resultaten van een onderzoek dat de procureur-generaal heeft laten instellen naar de vraag of de wettelijke regeling van de strafbeschikking in de praktijk voldoende wordt nageleefd.

Het openbaar ministerie mag alleen een strafbeschikking uitvaardigen als er voldoende bewijs is dat de verdachte schuldig is.

Het onderzoek levert geen aanwijzing op dat er in de zaken die door het openbaar ministerie op de normale wijze op het arrondissementsparket worden beoordeeld vaak zonder voldoende bewijs een strafbeschikking wordt opgelegd.

Dat is anders met betrekking tot de zaken die via het betrekkelijk nieuwe ZSM-traject (Zo Spoedig Mogelijk) worden afgedaan.

Hetzelfde geldt voor de zaken die centraal door de CVOM (Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie) worden afgehandeld.

In beide zaakstromen ligt het percentage zaken waarin het bewijs als onvoldoende is beoordeeld, in de onderzochte zaken op 8 %.

Dat resultaat vormt, aldus de procureur-generaal, een ernstig te nemen  indicatie dat de grondigheid en de zorgvuldigheid waarmee de schuldvaststelling moet plaatsvinden bij CVOM-zaken en ZSM-zaken in de praktijk te wensen over laat.

Lees verder:

http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/Rapport-PG-strafbeschikkingen-moeten-beter.aspx

Download het rapport:

http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Hoge-Raad/Nieuws/Pages/Rapport-PG-strafbeschikkingen-moeten-beter.aspx

IMG_0218

 

Raad voor de Rechtspraak over kosten rechtsbijstand

Raad voor de Rechtspraak: wetsvoorstel rechtsbijstand vraagt veel van burgers

Een wetsvoorstel dat de kosten van rechtsbijstand aanzienlijk moet verlagen, gaat te sterk uit van zelfredzaamheid van burgers. Mensen die nu nog recht hebben op gesubsidieerde bijstand van een advocaat, moeten volgens dit voorstel eerst proberen eruit te komen met alternatieve oplossingen, buiten de rechter om. In bepaalde familie- en strafrechtelijke kwesties vervalt het recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. Maar lang niet iedereen is in staat om voor zijn eigen belangen op te komen, stelt de Raad voor de rechtspraak in een advies (pdf, 109 KB) over het wetsvoorstel Stelselvernieuwing rechtsbijstand. De toegang tot de rechter moet worden gewaarborgd, vindt de Raad.

Wetsvoorstel

Het kabinet wil de gesubsidieerde rechtsbijstand, waarmee mensen met weinig geld toch hulp van een advocaat kunnen krijgen, hervormen en daarmee 85 miljoen euro bezuinigen. In het nieuwe stelsel krijgt het Juridisch Loket een centrale rol. Dat loket geeft rechtzoekenden dan niet alleen advies over hun juridische positie , maar bepaalt ook of het echt nodig is een advocaat in te schakelen en wijst zo mogelijk op andere vormen van conflictoplossing . De bedoeling is dat meer geschillen zonder rechter worden afgehandeld.

(Bron: www.rechtspraak.nl)

Lees verder op rechtspraak.nl:

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Pages/Wetsvoorstel-rechtsbijstand-vraagt-veel-van-burgers.aspx